»  Home » Technische eisen » Tips bij omschakeling
 
 
 
     
   
 
Tips bij omschakeling
 
Over voorgaande 7 aandachtspunten kan aan leveranciers van smeermiddelen en aannemers advies worden gevraagd. Daarnaast kunnen voor de toepassing van biosmeermiddelen in bestaande installaties op basis van ervaring uit het verleden een aantal tips worden gegeven.

  • Neem contact op met de fabrikant van de installatie. Vraag de leverancier van de installatie of aannemer naar de voor- en nadelen van biosmeermiddelen bij de betreffende toepassing. De leverancier dient altijd te worden geconsulteerd over specifieke compatibiliteitsgegevens voor elk materiaal dat in de toepassing voorkomt.
  • Meestal zijn pure plantaardige smeermiddelen geschikt voor open, 'lowtech'-toepassingen. Voor meer geavanceerde hightech-toepassingen verdienen esters de voorkeur.
  • Vraag naar het operationele temperatuurbereik en de hydrolytische stabiliteit van het biosmeermiddel.
  • Bij toepassing van automatische vetsmeersystemen moet worden beoordeeld of het bestaande vet mengbaar is met de milieuvriendelijke variant en of de nasmeerintervallen en hoeveelheden dienen te worden gecorrigeerd.
  • Standaard verf (coating op opslagtanks en pompen) is voor de meeste biosmeermiddelen niet geschikt, omdat een chemische reactie kan optreden (het smeermiddel kan opzwellen). Bij biosmeermiddelen kan het beste verf/coating op basis van epoxyhars worden gebruikt.
  • Polyurethaanproducten (zoals verf, schuim, lijm) mogen niet worden gebruikt in combinatie met biosmeermiddelen. Vraag naar alternatieven.
  • Aanwijzingen voor filterverstoppingen gegeven door filterfabrikanten dienen zorgvuldig te worden bijgehouden en opgevolgd (er zijn leveranciers die optioneel periodieke bemonstering aanbieden).
  • Materiaalkeuze afdichtingen (seals en filtermateriaal: koper, tin en zink worden meestal niet verdragen); biosmeermiddelen die volgens ASTM D 130 (American Society for Testing and Materials) zijn geclassificeerd als categorie 1a en 1b zijn geschikt voor koperlegeringen.
  • Spoelen bij vervanging van minerale producten. Regelmatig oliemonsteronderzoek kan storingen (in filters) voorkomen. Vooral in buiten werkende machines waar sprake is van grote temperatuurverschillen (condensvorming) en vervuilende omstandigheden.
  • Menging van minerale olie en biosmeermiddelen bij afkoppelbare werktuigen.

Voor meer technische informatie kan ook worden verwezen naar de Aanbeveling milieuvriendelijke smeermiddelen. Deze aanbeveling omschrijft de algemene maatregelen die nodig zijn om milieuvriendelijkere smeermiddelen te gebruiken in installaties. Ook wordt aandacht geschonken aan problemen die met de installaties kunnen ontstaan en hoe de risico's kunnen worden verkleind of voorkomen. De keuze van het type minder milieubelastend smeermiddel is afhankelijk van de gebruiksintensiteit en -omstandigheden.

Sinds de eerste aanbeveling in 2003 werd opgesteld, hebben zich diverse marktontwikkelingen voorgedaan. Zo is in 2005 het
Europees Ecolabel smeermiddelen ingesteld (deze is in 2010 herzien) en zijn er veel nieuwe biosmeermiddelen op de markt gebracht die door voortschrijdend inzicht en productinnovaties beter aan de technische en hogere milieueisen voldoen.  Ook bij de materialen in apparatuur doen zich nog steeds innovaties voor.  Daardoor is de aanbeveling mogelijk niet op alle punten volledig en actueel. Bij het lezen van deze aanbeveling moet daarmee rekening worden gehouden.

Contact met de leverancier over de keuze en combinatie van de juiste smeermiddelen en materialen is gewenst.

Meer tips over de inzet van biosmeermiddelen is ook te vinden op de website van de Duitse Fachagentur Nachwachsende Rohstoffe.

 
 
Disclaimer