»  Home » Vraag en antwoord » Milieuaspecten en arbo-omstandigheden
 
 
 
   
Staat uw vraag er niet bij?

Klik dan hier en stel uw vraag.
 
   
 
1. Hoe weet ik of toe te passen smeervetten wel of niet milieuvriendelijk zijn?
 
Het is van belang om eerst goed naar informatie over certificering of milieukeur te kijken of te vragen.
 
Als voorbeeld kan dienen een vraag over smeervetten toegepast in:
  • een tandwielkastvet;
  • een vet voor blank staal (tandbanen, rondsels, e.d. in te smeren met bokkenpoot) en lagers (navullen van de aanwezige regelbare veerdrukpatronen).
In dit geval was de indruk ontstaan dat de producten milieuvriendelijk zouden zijn, maar bleken ze (bij bestudering van de productinformatie) niet voor te komen op de positieve olielijst van MIA\Vamil en geen milieukeur (van Blauwe Engel of het Europees Ecolabel) te dragen. Op zijn website bleek de producent echter ook geen milieuvriendelijkheid te claimen, behalve dan dat de producten, door vermindering van de wrijving, het energieverbruik en de CO2-emissies, aan de beperking van het broeikaseffect bijdragen. Ook zou er per tijdseenheid per saldo minder van het product worden gebruikt.
 
Dit zijn wel aspecten waarvoor, gezien de huidige klimaatdiscussie, bij een herziening van bijvoorbeeld het Europees Ecolabel Smeermiddelen meer aandacht nodig is. Maar, daarvoor is LCA (LevensCyclusAnalyse) onderzoek nodig om te kunnen wegen hoe deze aspecten zich verhouden tot andere aspecten en de totale milieuprestatie (en/of “total cost of ownership”) van het product.
 
Een belangrijke reden waarom voor de toegepaste smeermiddelen geen milieukeur is aangevraagd kan gelegen zijn in het feit dat ze zijn gebaseerd op minerale olie; of een combinatie van minerale en synthetische olie. Sommige minerale oliën dragen een milieurisico-zin, R52/53 (Schadelijk voor in het water levende organismen. Kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken).
 
In het voorbeeld bevatten beide smeervetten stoffen met R-zinnen R-36/38 (irriterend voor ogen en huid) en R-51/53 (giftig voor in het water levende organismen; kan in het aquatische milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken). Bij de opgegeven gehaltes bleek etikettering niet nodig, maar om voor een ecolabel in aanmerking te kunnen komen moeten de biodegradatie, bioaccumulatie en (aquatische) toxiciteit beoordeeld worden voor alle stoffen waaruit het smeermiddel is opgebouwd, bijvoorbeeld op grond van daarvoor geëigende tests zoals vermeld bij de (RWS) Richtlijn voor het gebruik van olie, vet en betonontkistingsmiddel
 
 
Disclaimer