»  Home » Wat zijn biosmeermiddelen? » Voordelen en milieuprestaties
 
 
 
     
   

------------------------------------------

Bijlage:
 
Milieuvriendelijkheid van 
smeermiddelen meten

------------------------------------------

 
Voordelen en milieuprestaties
 
Milieukeurmerken zijn vooral toegespitst op verliessmeermiddelen of middelen die na ongelukken tijdens werkzaamheden schade aan het milieu kunnen veroorzaken. Bij biosmeermiddelen gaat het om producten die bij gebruik minder milieubelastend zijn omdat ze weinig risico inhouden voor het leven in water en bodem (en minder gezondheidsrisico’s veroorzaken); bij voorkeur bestaan ze grotendeels uit hernieuwbare grondstoffen.
 
Door biosmeermiddelen te gebruiken kan de milieuvervuiling worden beperkt. Biosmeermiddelen zijn ook veiliger voor mensen op de werkvloer; door minder huidirritatie, een hoger vlampunt bij dezelfde viscositeit, en lagere gehaltes en emissies aan vluchtige organische stoffen (VOS). De milieuvriendelijkheid van biosmeermiddelen kan leiden tot lagere milieu- en veiligheidsboetes of saneringskosten, door beperktere aansprakelijkheid en kosten bij sanering van lekkages en ongelukken.
 
Het gebruik van smeermiddelen op basis van hernieuwbare grondstoffen verlaagt het broeikaseffect en vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. In de huidige klimaatdiscussie komt er meer aandacht voor de invloed van toegepaste smeermiddelen op het energieverbruik van waterbouwkundige objecten en installaties. Daar is ook wel reden voor aangezien er claims zijn dat bij toepassing van bepaalde smeermiddelen (zowel met als zonder milieukeur) 10-25% energiebesparing kan worden gerealiseerd. Bij de huidige milieukeuren is dit echter nog geen criterium.
 
Er zijn wel eisen aan het gehalte aan hernieuwbare grondstoffen. Bij het Europese Ecolabel smeermiddelen is dit voor hydraulische olie 50%, voor vet 45% en voor verliessmeermiddelen 70%. Keurmerk Blauer Engel stelt dat de basisolie van vetten (die circa 80% van het product uitmaken) uit plantaardige of synthetische esters moet bestaan. Daarmee wordt de hoeveelheid fossiele grondstoffen en CO2 die in het ecosysteem vrijkomen beperkt. Er is echter ook discussie over de bijdrage van verschillende plantaardige oliën aan de CO2-emissies en de milieubelasting (door de keuze en herkomst van het gewas en de wijze van productie).
 
Biosmeermiddelen kunnen daarnaast voor extra energiebesparing zorgen dankzij een hogere viscositeitindex en betere warmteoverdracht. Het voordeel van een hogere viscositeitindex is dat voor een bepaalde toepassing voor biosmeermiddelen uit lagere viscositeitklassen kan worden gekozen dan in het geval van minerale smeermiddelen. De lagere viscositeit voor biosmeermiddelen heeft, gecombineerd met een betere warmteoverdracht, een aanzienlijke energiebesparing tot gevolg.
 
De invloed van het toegepaste smeermiddel op het energieverbruik van installaties (en de CO2-emissies/het broeikaseffect) wordt in eerste instantie bepaald door wrijving. Op termijn kunnen o.a. ook de slijtage van onderdelen en de standtijd (levensduur) van het smeermiddel van invloed zijn. Als dit op betrouwbare wijze voldoende gekwantificeerd kan worden, zou dit bijvoorbeeld door LCA-studies bij een volgende herziening van de criteria voor het Europese Ecolabel meegenomen kunnen worden.
 
In verschillende Europese landen en regio’s hebben keurmerkinstellingen criteria opgesteld waaraan smeermiddelen moeten voldoen om een milieukeurmerk te mogen dragen. Aan de hand van nauwkeurig omschreven criteria zoals: biologische afbreekbaarheid (biodegradatie, persistentie en bioaccumulatie), (aquatische) toxiciteit en andere milieu- en gezondheidsrisico’s, en de mate waarin de smeermiddelen zijn gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen, kunnen smeermiddelen in aanmerking komen voor nationale milieukeurmerken ( zoals Blauer Engel, Zweedse Standaard of Nordic Swan).
 
Een vergelijking van milieukeurmerken voor smeermiddelen laat zien dat geen twee labels aan elkaar gelijk zijn. Mede om hier de definities te harmoniseren is in 2005 het Europees Ecolabel voor smeermiddelen in het leven geroepen. 
Binnen het huidige aanbod van biosmeermiddelen kunnen twee klassen van milieuvriendelijkheid worden onderscheiden. Zie ook Bijlage: Duurzaamheidseisen stellen aan de aanschaf van biosmeermiddelen

 

Verliessmeermiddelen 
(loss lubricants): Smeermiddelen met een smerende en afdichtende functie die slijtage door wrijving of vuil uit de omgeving moeten voorkomen en zijn beoogd om direct bij het gebruik verloren te gaan in het milieu (en worden voor dat doel soms onder druk continue toegevoegd). Het gaat hier vooral om de toepassing van vetten (en oliën) voor de smering van (half)open systemen zoals in schroefaskokers en tandwielkasten (maar ook om betonontkistingsmiddelen).

Hernieuwbare grondstoffen
Grondstoffen uit niet-fossiele bronnen zoals grondstoffen gemaakt uit planten en dieren. Voor biosmeermiddelen wordt onder andere gebruik gemaakt van plantaardige en dierlijke vetten en oliën.

Vlampunt 
Het vlampunt van een stof is de laagste temperatuur waarbij de stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding te kunnen komen wanneer hij in contact komt met een ontstekingsbron.

Viscositeit 
Viscositeit is een fysische materiaaleigenschap, die de traagvloeibaarheid of stroperigheid van een vloeistof of van een gas weergeeft.

Viscositeitindex
Met de viscositeitindex wordt aangegeven hoe de olie reageert op hoge en lage temperatuur. Hoe hoger de viscositeitindex hoe minder de eigenschappen van de olie veranderen onder invloed van temperatuur. Een olie met een hoge viscositeitindex verdikt minder bij lage temperatuur en verdunt minder bij hoge temperatuur dan een olie met een lage viscositeitindex. Een hoge viscositeit en een hoge viscositeitindex zijn dus verschillende zaken. Bij de viscositeitindex draait het om de breedte van het bereik en niet om de hoogste waarde. 5W50 olie heeft dus een hogere viscositeitindex dan 20W50. 5W50 behoudt dus over een groter temperatuurgebied zijn eigenschappen dan 20W50. Daarbij is 5W50 een dunnere olie dan 20W50.
 
Biodegradatie 
Biodegradatie is een eigenschap van alle natuurlijke organische materialen, die geleidelijk uiteenvallen in componenten die weer als nutrienten voor kunnen dienen voor planten en dieren. Micro-organismen, die de afbraak bevorderen en de ontbindingsproducten opnemen, zijn hierbij belangrijk. Met andere woorden, het is dus de metabolische afbraak van materialen door middel van levende organismen.
 
Persistentie 
Verwijst naar de tijd dat een stof in het milieu blijft, nadat deze daar is ingevoerd.

Bioaccumulatie 
is de ophoping van chemische stoffen aanwezig in het milieu, in levende wezens (planten of dieren).

Toxiciteit 
Werkzaamheid van een stof waardoor de fysiologische processen in een organisme in een voor dat organisme ongunstige zin beïnvloed worden. Men onderscheidt twee soorten giftige werkingen: directe giftigheid of acute toxiciteit en giftigheid op lange termijn, de chronische toxiciteit.

Disclaimer